Stikstofonderzoek

Een toename in stikstofdepositie kan een negatief effect hebben op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden. Op deze manier kunnen ontwikkelingen buiten een Natura 2000-gebied alsnog effecten hebben binnen het gebied. Sinds de uitspraak van de Raad van State in juli 2019 is de PAS onbruikbaar voor vergunningverlening ten aanzien van stikstof. De recente uitspraak van de Raad van State op 2 november 2022 heeft tot gevolg dat de Algemene Bouwvrijstelling niet mag meer worden gebruikt. Hierdoor moet voor alle projecten en plannen de stikstofeffecten uit zowel de gebruikfase als de bouwfase weer beoordeeld worden. Momenteel is het volgende traject de manier waarop stikstof beoordeeld kan worden bij ruimtelijke plannen en projecten. Bij iedere stap wordt beoordeeld of er wel of geen vervolgstappen noodzakelijk zijn. 

  1. Quickscan Wet natuurbescherming. Kan een toename in stikstofdepositie op voorhand uitgesloten worden? Er zijn situaties waarin stikstof al in een quickscan beoordeeld kan worden. Bijvoorbeeld doordat de beoogde ruimtelijke ingreep helemaal niet resulteert in een verhoging van stikstofemissie. Of omdat de ingreep van dermate beperkte grootte is en een grote afstand heeft tot Natura 2000-gebied.
  2. Stikstofberekening. Middels een stikstofberekening, gebruikmakend van de AERIUS Calculator, kan middels invoervariabelen van de activiteiten gemodelleerd worden of de beoogde ruimtelijke ingreep resulteert in een verhoging van stikstofdepositie.
  3. Ecologische Voortoets (stikstof). Middels een Voortoets wordt beoordeeld of op voorhand negatieve effecten ten aanzien van instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied uitgesloten kunnen worden. Bijvoorbeeld omdat onder de huidige achtergrondemissie het stikstofgevoelige habitattype (ruim) onder de waarde van de Kritische Depositiewaarde (KDW) zit of omdat de oppervlakte van aantasting dermate klein is dat merkbare of meetbare effecten uitgesloten zijn.
  4. Passende Beoordeling. Middels een Passende Beoordeling mag beoordeeld worden of de stikstofdepositieverhoging resulteert in significante negatieve effecten. Ook mogen hierin maatregelen als Externe saldering genomen worden om het effect te mitigeren of te compenseren.
  5. ADC-toets. Middels de ADC-toets wordt afgewogen of de resterende negatieve effecten vergunbaar zijn. Hierbij dienen de volgende onderdelen voldoende te worden onderbouwd: (1) Alternatievenafweging (2) Dwingende reden van groot openbaar belang en (3) Compensatie van de resterende effecten ter waarborging van de samenhang van het gebied.