• Aanvullend onderzoek Wet Natuurbescherming

Aanvullend soortonderzoek (Wet Nb)

Als uit de ecologische quickscan blijkt dat er mogelijk zwaarder of strikt beschermde soorten kunnen voorkomen op de planlocatie dient een aanvullend onderzoek uitgevoerd te worden naar desbetreffende soorten. 
Aanvullend onderzoek is noodzakelijk als negatieve effecten op mogelijk voorkomende soorten niet op voorhand kunnen worden uitgesloten en/of er onvoldoende informatie voorhanden is over de effecten op de soorten. 
Voorbeelden van soort(groep)en waar aanvullend onderzoek voor benodigd kan zijn: vleermuizen, huismussen, gierzwaluwen, uilen, roofvogels, muizen, hazelwormen en grote modderkruiper (soortgroepen). Aanvullend onderzoek wordt uitgevoerd volgens actuele richtlijnen. 

Na het aanvullend onderzoek is duidelijk of er effecten optreden voor de onderzochte soort(groep). Als er geen effecten optreden kan de activiteit worden uitgevoerd.
Als er sprake is van effecten dient volgens onderstaand stappenplan gehandeld te worden. In de meeste gevallen kan, door de juiste preventieve maatregelen te treffen, schade worden voorkomen en is er alleen sprake van stap 1, mitigatieplan en werkprotocol.

  • stap 1 onderzoek schade beperkende maatregelen (mitigatieplan en werkprotocol); 
  • stap 2 onderzoek vrijstelling of werken gedragscode (werkprotocol),
  • stap 3 onderzoek naar alternatieven (alternatievenonderzoek)
  • stap 4 ontheffingsaanvraag (activiteitenplan).

Wilt u meer informatie over aanvullend soorten onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming?
Vraag via dit formulier meer informatie of een offerte aan. Heeft u liever direct contact over een aanvullende onderzoek of offerte/prijsindicatie? Bel ons dan op 0418 820 288

 

 

Gewicht: 
0